|
De guzheng is een oude Chinese citer, die zich ontwikkelde uit een klein
bamboe-instrument dat oorspronkelijk werd gebruikt door herders. Hij
was zeer populair in vroeger tijden, zelfs al in de periode van de ‘Statenoorlogen’
en van de Qin-dynastie (225 tot 206 voor Christus en vroeger). De zheng
heeft een langwerpige klankkast met een licht gebogen oppervlak waarover
13 tot 25 snaren gespannen zijn, die over aparte kammen lopen. Tegenwoordig
worden meestal metalen snaren gebruikt, vroeger werden de snaren van
zijde gesponnen. De zheng rust op twee voetstukken en wordt bespeeld
met kunstnagels. Beide handen tokkelen aan de rechterzijde van de kammen,
en aan de linkerzijde duwen de vingers van de linkerhand de snaren naar
beneden om de toonhoogte te veranderen of versieringen aan te brengen.
Het bereik van de zheng is drie tot vier octaven, het instrument heeft
een unieke en veelzijdige uitdrukkingskracht en vraagt om subtiele behendigheid.
De kayagum en de koto zijn de Koreaanse en Japanse familieleden van
de zheng.
|